woensdag 16 oktober 2013

Heldendaad?

De vraag naar de mogelijkheid van een omvattend verhaal van leven en dood houd me bezig. Ja hoor, ik krijg via Tedmed het filmpje toegestuurd van Amanda Bennet http://www.ted.com/talks/amanda_bennett_a_heroic_narrative_for_letting_go.html

Zij vertelt het verhaal van het verlies van haar lief, hoe zij wilde dat hij leefde en er alles voor over heeft om hem beter te laten worden. Het is een verhaal van hoop. Zij verdedigt dit ook, hoop is geen virus, maar een kenmerk van ons mensen. Artsen steunen hun ook in hun zoektocht naar genezing. Er worden haar positieve beelden voorgehouden hoe haar lief zou kunnen reageren op de behandeling. Haar werd niet verteld dat geen enkele dokter ooit iemand onsterfelijk heeft gemaakt. Toch wordt het sterven gezien als falen van de behandeling. Wanneer buitenstaanders menen te zien dat behandeling zinloos is en er toch nog wordt gevraagd om verder te zoeken, dan wordt het verzoek gebaseerd op hoop en verwachting als ontkenning betiteld. Hoop, falen en ontkenning. Drie begrippen die een belangrijke rol gaan spelen in dit proces. Bennet benadrukt dat er geen sprake is van ontkenning, het is de hoop die doet leven. De hoop als kenmerk van het bestaan.

Haar betoog roept heel veel bij mij op. Het is, ten eerste, medeleven met de persoon om het verlies van haar geliefde. Het zijn, ten tweede, de begrippen die zij gebruikt die me aan het denken zetten. Is bijv. Hoop niet een van de christelijke kardinale deugden, die samen met geloof en liefde toegevoegd zijn aan de vier klassieke deugen. (wijsheid, matigheid, rechtvaardigheid en moed). Zij noemt dat een kenmerk van het menszijn, terwijl ik mij afvraag of hier sprake is van nurture i.p.v. nature. USA is per definitie een land met de bijbel, God bless America. Hoop, geloof en liefde zijn haast vanzelfsprekende deugden.

In de klassieke filosofie lezen we dat, volgens Socrates, filosoferen sterven leren is. Seneca kreeg de doodstraf en hij onderging die moedig. Van Epictetos leren we dat wat we niet kunnen veranderen, we dienen te accepteren. De Daoist ziet dat alles verandert, inclusief zichzelf, dus wat valt er te klagen. In het oude boeddhisme komen we het verhaal tegen van Kissa Gotami, die met haar dode kind rondloopt en leert dat dood bij het leven hoort. Zou de hoop die zij als kenmerk van het bestaan ziet, nu toch is een cultureel gegeven zijn?

Het is mooi dat Bennet oproept tot het ontwerpen van een verhaal over het einde. Zij geeft de voorkeur aan een verhaal dat het loslaten aan het einde een heldendaad is. Waarom is het accepteren van de dood een heldendaad, is het verschillend van het gegeven dat water nat is. We zijn als mens niet verschillende van andere levensvormen, die ontstaan, komen tot bloei en vergaan. Het accepteren van de zg. condition humaine, dat is nu een heldendaad.

' When suddenly, at midnight, you hear
an invisible procession going by
with exquisite music, voices,
don’t mourn your luck that’s failing now,
work gone wrong, your plans
all proving deceptive—don’t mourn them uselessly.
As one long prepared, and graced with courage,
say goodbye to her, the Alexandria that is leaving.
Above all, don’t fool yourself, don’t say
it was a dream, your ears deceived you:
don’t degrade yourself with empty hopes like these.
As one long prepared, and graced with courage,
as is right for you who proved worthy of this kind of city,
go firmly to the window
and listen with deep emotion, but not
with the whining, the pleas of a coward;
listen—your final delectation—to the voices,
to the exquisite music of that strange procession,
and say goodbye to her, to the Alexandria you are losing.'

The God abandons Anthony
C.P.Cavafy
Translated by Edmund Keeley/Philip Sherrard

maandag 14 oktober 2013

Panta Rhei


Van een geboorte- naar een sterftegolf.
De naoorlogse generatie wou het beter doen dat hun ouders, geen oorlog meer, geen dwang door religie of traditie en meer keuze vrijheid. Wat blijkt nu dat het wereldbeeld inderdaad is veranderd, maar dat er ongewenste zaken zijn ingeslopen. Een van de opmerkelijke zaken is het verdwijnen van rituelen. Door de individualisering is een ritueel volgens de traditie zo gedateerd, deze generatie wil zijn eigen rituelen maken. Wat blijkt dat bij de zg. rites de passage, we met lege handen staan. We mogen toekijken en meespelen in een toneelstuk waarvan we de regels niet kennen, want deze zijn ter plekke geconstrueerd. De geseculariseerde mens probeert met witte duiven voor geluk (in dit of volgend leven), ballonnen en witte marsen als stil protest tegen geweld etc. nieuwe rituelen tot stand te brengen.
Behoren rituelen niet tot ons gemeenschappelijk cultureel kapitaal, of gaan we bij elke geboorte, bruiloft en begrafenis onze unieke individuele invulling eraan geven, zoals een Feyenoord aanhanger voor de zg. Feyenoord-uitvaart kan kiezen. http://www.feyenoord.nl/de-club/feyenoord-uitvaart
Door de huidige liberale instelling blijkt dat het wereldbeeld gedomineerd wordt door de corporaties. Er wordt ons voorgehouden wie we zijn en hoe we ons dienen te gedragen. Tegelijkertijd wordt benadrukt dat we onze eigen leefwereld kunnen en dienen te construeren. Het leven biedt ons onbegrensde mogelijkheden. Er komt geen einde aan. Een soort constructivistische lineariteit. Het uit Amerika overgewaaide “the sky is the limit”. De mogelijkheid van een begrenzing of eindigheid lijkt een taboe.
Tegelijkertijd zijn we als individu consument, we dienen dingen te willen die we niet nodig hebben, maar de aanschaf daarvan de economie draaiende houdt. De begrippen mogelijkheid en verplichting lijken ogenschijnlijk niet in tegenspraak met elkaar.
Echter, wordt het niet tijd nu de geboortegolf wegebt, om ons te heroriënteren, want elke boreling is tevens een sterveling. Is het niet wenselijk een brede visie op het bestaan te hebben, waar leven, sterven en dood met elkaar verbonden zijn. Dit in tegenstelling tot een gefragmenteerde visie op ons leven.
Zo kennen we, als voorbeeld van fragmentatie, sinds kort de term Palliatieve Zorg, een eufemisme voor het sterven nadat de “patiënt” uitbehandeld is. Kortom de situatie is hopeloos en uitzichtloos, je gaat dood. Het stervensproces, dat het gevolg is van geboorte, volwassenheid en ouderdom, blijkt gekaapt te zijn door de medische wetenschap. Er is geen mogelijkheid tot beter worden, de zg. curatieve zorg vervalt en nu krijg je palliatieve zorg. Het is verhullend omdat er gebruik gemaakt wordt van de term verzachten. Dat is op zich geen probleem, niemand houdt van pijn, maar het leidt af van het werkelijke proces van aftakeling, afscheid nemen van het leven en je dierbaren, en vrede kunnen sluiten met de eindigheid van je bestaan.
Dat laatste dat past niet in het wereldbeeld dat ons door de corporaties wordt voorgehouden. Waar iedereen blij huppelend weer een nieuwe uitdaging aangaat en zijn best doet om er als fitte dertiger rond te lopen, anders helpt de basisarts je wel aan een facelift.
Het gegeven dat leven sterven inhoudt, is nauwelijks een thema, de wetenschap zorgt toch voor vooruitgang. Nu lijkt het er ook op dat de medische wetenschap de rol van de kerk heeft overgenomen, de arts is nu degene die geboorte, ouderdom en dood begeleidt. Wat onderscheidt de moderne mens van de primitieve? Wat is nu het verschil tussen de arts en de sjamaan? Het is een prangende vraag.

woensdag 2 oktober 2013


Taboe doorbrekend
 
Ground Control to Major Tom
Your circuit's dead,
there's something wrong
Can you hear me, Major Tom?

Here am I floating
round my tin can
Far above the Moon
Planet Earth is blue
And there's nothing I can do.


De media heeft nu het sterven ontdekt, als het laatste taboe dat doorbroken dient te worden. Eerst was er over mijn lijk van BNN, Gijsbert van Es schreef in de NRC columns over de laatste wensen van stervenden en nu circuleert er een clip dat opgenomen is tijdens het NNF13, het Natural Networking Festival, waar een BN'er vertelt over zijn kanker en de reactie van hem en zijn netwerk daarop. Er is eerst treurnis, maar aangezien hij nog leeft en geeft hij zijn dagen een, voor hem, zinvolle besteding. Hij beëindigt zijn “presentatie” met het laten horen van een muziekstuk, hij trekt zijn hemd uit en hij geeft zich in extase over aan de muziek. Zijn bewegingen krijgen de trekken van een danse macabre, een levende die samen met de dood danst.
De bovengenoemde programma's zijn met zeer veel respect gemaakt, maar hebben één ding gemeen; men kijkt er naar en voelt zich geraakt, maar het blijft het sterven van een andere dat hier wordt getoond. Het zegt niets over de inherente veranderlijkheid van de natuur of het biologische bestaan. Ik word betrokken bij een stervensproces dat tevens een uiting is van de hedendaagse cultuur, waarin elk besef van eindigheid of een een cyclische tijdsbesef is uitgewist. Hier is sprake van een radicaal lineair tijdsbesef, waar het einde zich aandient door aftakeling, of het zg. afsterven. Een genesis en een evolutie worden nog aanvaard, maar een eschaton, het einde is achter de horizon verdwenen. Een discours over een eschatologie wordt niet meer gevoerd. De mens is overgeleverd aan de biotechnologie.
Geeft daarom de moderne mens de voorkeur aan de plotselinge dood, het ineens verdwenen zijn? Dat is hem echter door de medicalisering van het lichaam niet gegund. Er zijn geen andere lichaamsmodellen dan de medische waar we mee werken.
Gelukkig is de markt alert en wordt er nu reclame gemaakt met de slogan “herinner me zoals ik ben”. De uitvaartbranche springt in het gat dat ontstaan is door het ontbreken van visie op sterven en herdenken. Daarna is er de dood en daar kunnen we niets zinnigs over het zeggen, laat staan dat we eraan willen denken.
Om de bovenstaande redenen voel ik me steeds meer aangetrokken tot de ch'an poëzie:


This body's lifetime is like a bubble's
may as well let things go
plans and events seldom agree
who can step back doesn't worry
we blossom and fade like flowers
we gather and part like clouds
earthly thoughts I forgot long ago
withering away on a mountain peak

- Stonehouse

(Translated by Red Pine, from 'The Zen Works of Stonehouse: Poems & Talks of a 14th Century Chinese Hermit').


http://player.vimeo.com/video/74188223?autoplay&goback=.gde_2331926_member_277109026# 

donderdag 9 mei 2013

Oud worden is niet voor watjes




(dit stukje is de aanleiding voor deze blog geweest)


Ineens besef je dat je oud geworden bent, je ziet jezelf onverwacht in een spiegelruit en je vraagt je af wie dat mens is, met jouw jas aan. Dat ben jezelf, zo zien anderen je dus. Als je de deur uitgaat werp je een blik in de spiegel. Je probeert je naar je leeftijd te kleden, je wilt niet weggezet worden als een combinatie van lyceum/museum. Toch schrik je even van het beeld in de spiegelruit.
Je weet dat het leven kort is en dat alles verandert, maar deze aanblik is erg confronterend. Omgaan met verandering is spannend, wanneer je jong bent. Verandering betekende mogelijkheden, een nieuwe situatie met nieuwe gezichten en taken. Hoe moet dat nu met zo'n oude kop?
We leven in een tijd waar we ouder worden dan ooit tevoren, maar in onze cultuur heeft de grijsaard geen plaats. Een Nestor of Mentor kennen we niet en een oude vrouw is nog altijd een heks. In deze tijd zijn behalve sociale mobiliteit, flexibiliteit en uitdagingen aangaan de norm. Jammer genoeg verdwijnt de flexibiliteit en alles wat strak is gaat hangen en wat soepel is verhardt. Daarnaast lijkt er in deze vermarkte samenleving sprake te zijn van ontkenning. Dat wordt duidelijk gemaakt door de iconen van deze tijd. De Duitse versie van het blad Vogue zet op haar cover een strakgetrokken en/of gefotoshopte Tina Turner. Op lovende wijze wordt geschreven dat zij met haar 73 de oudste covergirl is en nog steeds er zo “fabulous” uitziet. Geen rimpeltje te bekennen! Voor wie is zij nu een voorbeeldfiguur? Het dilemma van oud worden in deze tijd is dat er teveel aandacht is voor jeugdig elan. Jongvolwassenen worden aangemoedigd om de juiste gezichtscrèmes te gebruiken om het verouderingsproces tegen te gaan. Ik heb de fotoshopcultuur al genoemd. Dat maakt dat men anti-veroudering wordt en daardoor impliciet tegen ouderen. Jong en aantrekkelijk zijn, dat is de boodschap. Wanneer je als 60+ vrijgesteld wordt van het arbeidsproces, volgt een verplichting die daar de consequentie van is: je zult genieten van het niets doen. Leven met een pensioen is “dolce far niente”, lekker doen waar je zin in hebt en eindelijk tijd voor kunt nemen. Bovenaan staat de cruise, geheel verzorgd en bezig gehouden worden met o.a. fitness. Of een avontuurlijke doch georganiseerde rondreis in een gebied waar je nog nooit van gehoord had en waarbij je achter de reisleider met een vlag mag lopen.

Door een onderzoek heb ik voldoende over de gedachte aan de dood gelezen. Je leert dat alles tijdelijk is en dat het ophoudt, maar het is zoals Brel schrijft: “Sterven is een mooie zaak, maar ach, het verouderen”. Er wordt relatief weinig geschreven over het leven als oudere. Het zijn tegenwoordig voornamelijk sociologische onderzoeken waarbij de ouderen als cohort worden onderzocht. Op de website “Nationale Atlas Volksgezondheid” is er sprake van grijze druk, dat is “een demografisch begrip dat de verhouding aangeeft tussen het aantal personen van 65 jaar en ouder en het aantal personen in de zogenaamde 'productieve leeftijdsgroep' van 20-64 jaar”. Zulk een onderzoek is vooral nuttig om uit te vinden hoe het zit met de toekomstig zorgvraag en de zorgkosten. Een ander onderzoek heeft aangetoond dat naast het feit dat ouderen als kwetsbaar en zorgafhankelijk worden beschouwd, een hogere leeftijd ook wordt geassocieerd met verminderde capaciteiten en een minder waardevolle productieve bijdrage. Voilà, het beeld van een oudere, deze is onproductief en uiteindelijk als belastend wordt beschouwd.
Vreemd genoeg gebruikt men wel de volgende uitdrukking tegen jongeren, op een verwijtende manier weliswaar, maar toch: “Je bent oud en wijs genoeg om ….. “(vul het verwijt zelf in). Uit de bovengenoemde onderzoeken blijkt niet dat onze samenleving echt om “oud en wijs” geeft.

Wanneer je jong bent, dan ben je in ontwikkeling. Het opmerkelijke is dat we statisch gezien langer leven en daardoor lijkt de periode van ouderdom ook verlengd te zijn. Er zijn biologen die denken dat ze de kwaliteit van leven kunnen verbeteren, maar de houdbaarheid van het menselijk lichaam blijft beperkt. Onderzoek is er vooral op gericht om het fysieke ongemak te verlichten.
Verouderen is het tegengestelde van ontwikkeling, alleen ziektes ontwikkelen zich na je vijftigste in je lijf. Jonge mensen gaan ook dood aan enge ziektes, maar ouderdom en ziekte zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Verouderen is een sluipend proces, het begin ervan merken we niet, maar het is duidelijk dat we ons in een negatieve spiraal bevinden, we raken onze energie langzaam kwijt, onze mobiliteit gaat achteruit, we verliezen onze macht over lichaamsfuncties en we zijn vatbaarder voor ziektes die ons uiteindelijk het leven gaan kosten en dan gaan we dood.
Het liefst hebben we een goede dood, we willen het heldere licht zien en onze laatste adem in vrede laten gaan. Dat schijnt een illusie te zijn, door de medische wetenschap worden terminale ziektes goed behandeld, waardoor het stervensproces gemedicaliseerd is. Het merendeel van de stervenden is in coma of gesedeerd. Het valt niet mee om de laatste fase van je leven buiten de zorg te blijven. De medicijnen vervreemden ons van onszelf en onze omgeving. Daarop moeten we ons voorbereiden.

Wanneer je jong bent dan is de vraag: “Wat wil je later worden” van belang, het antwoord wordt bepaald door verschillende factoren. Jammer genoeg wordt, nadat je een studie hebt afgerond en je aan het werk bent, nooit gevraagd: “hoe denk je oud en wijs te worden”. Oud worden overkomt je, maar wijs worden dat is de ultieme uitdaging in je leven. Als je iets aan filosofie hebt gedaan, dan weet je dat, volgens Socrates, filosoferen leren sterven betekent. Filosofie was niet alleen een studie, maar een praxis, een beoefening. Het was naast een ethische en ook een existentiële vorming. Het doel was het ontwikkelen van gemoedsrust (ataraxia) en vrijheid van storende emoties (apatheia) en onafhankelijkheid (autarkie). Hoewel deze manier van filosoferen geheel is verdwenen, zijn de werken van de klassieke auteurs nog beschikbaar. De wijze waarop o.a. Seneca, Cato en Montaigne over ouderdom schrijven is inspirerend gebleven en zelfs vertroostend te noemen. Uit het feit dat er nieuwe vertalingen verschijnen, blijkt dat de behoefte aan een praxis om met ziekte, ouderdom en dood om te gaan, nog steeds actueel.
De Boeddha schrok van het aanblik van ziekte, ouderdom en dood en hij koos voor een rigoureuze remedie. Hij verliet het huis om een manier te vinden om het lijden veroorzaakt door vergankelijkheid te begrijpen en op te heffen. Hij vond de weg naar datgene wat eerst het “doodloze” (amta) werd genoemd. Hij nodigde anderen uit om zelf te ervaren wat dat inhield. Bij zijn dood benoemde de Boeddha geen opvolger, want datgene wat hij had onderwezen was de leidraad, hij had niets achtergehouden.
Nu is het leven als een thuisloze zo goed als onmogelijk en kloosters hebben hun eigen sociale verhoudingen, methodes en verplichtingen. Een alternatief voor het thuisloos is leven als een kluizenaar, dat kan eventueel in de jungle van de stad, in je eigen kluis.
Ouder worden is niet alleen een biologisch, maar ook een sociaal en existentieel proces. We kunnen leren om het leven als een voortgaand proces te zien waarbij oud worden een natuurlijk gegeven is, vergelijkbaar aan de seizoenen. Na de periode van jeugdig elan, kunnen we ons tot een oud en weliswaar gebrekkig, maar tot een waardig en wijs wezen ontwikkelen.
We missen goede voorbeelden en rolmodellen in onze samenleving en daarom geldt het laatste advies van de Boeddha meer dan ooit, namelijk dat we een lamp voor ons zelf dienen te zijn. De voorwaarde is dat we eerst onze eindigheid beseffen en de bereidheid aanwezig dient te zijn om dat als de laatste grote uitdaging te beschouwen, maar pas op: oud worden is niet voor watjes!

Op haar 73ste ziet Tina Turner er nog steeds fabulous uit. De zangeres siert de cover van de Duitse Vogue van april 2013.



zondag 28 april 2013

Bokkenzang!


Met het ouder worden neemt ook de verbazing toe, misschien omdat je tijd hebt om je te verbazen. Vaak slaat de verbazing om in wanhoop, misantropie en melancholie.
Na de klucht van het koningslied, waarmee de Nederlanders hun verbondenheid met de monarchie mogen uiten, werd de samenleving door onze MP opgeroepen geld uit te geven, om op deze wijze uit de financiële crisis te komen.
Hieruit kan ik slechts opmaken dat er niet alleen sprake is van een financiële, maar ook van een morele crisis. Want zie, op dat moment werden we opgeschrikt door beelden van een ingestort fabriekspand in Bangladesh, waarin kleding gemaakt werd voor de Europese markt. We kunnen allang weten hoe en onder welke omstandigheden de producten die we dienen te consumeren, worden gemaakt. Ellenlange rijen stonden 's nachts voor de Applestores om een nieuw speeltje te bemachtigen, terwijl de arbeidsomstandigheden en het uurloon van de makers van deze producten in China bekend en onveranderd zijn. Maar ja, we leven nu eenmaal in een markt economie.

Deze week was er echter een lichtpuntje. Ik was uitgenodigd om aanwezig te zijn bij de uitreiking van een ridderorde. Zelf heb ik niet zoveel met de monarchie, ik ben door huwelijk Nederlandse, daarvoor heb ik twee andere paspoorten gehad. In die resp. landen werd elk jaar de onafhankelijkheid van de Staat der Nederlanden gevierd. Ik ben bevooroordeeld, maar ik ondersteun het democratisch bestel van harte. Hoewel, ik begin Plato's visie op de staat steeds meer sympathiek te vinden.
Goed, als twee vrienden worden geridderd en je mag er bij zijn dan ben ik verheugd voor hen. Het was ook geheimzinnig, zij wisten van niets en ze waren met een smoes naar het stadhuis gelokt. Alles was er opgericht om deze personen, de ridders in spe te verrassen en hun verdienste op juiste wijze te honoreren. Het gaat deze keer niet om bonussen, maar echt om de eer. Al deze personen hadden zich verdienstelijk gemaakt voor de samenleving. Rob en Jan maken de canon toegankelijk, anderen hebben hun buurt leefbaar gehouden en mensen onbaatzuchtig geholpen. Kortom hier worden, door de monarchie, de kardinale deugden in ere gehouden, want het ging hier om moed, rechtvaardigheid en bescheidenheid.
De verdienste van één ridder sprong er, voor mij, uit. Een arts die vrijwilligerswerk deed op de kruispost op de Voorburgswal in Amsterdam. Zij helpt mensen die onverzekerd en “illegaal” zijn, kortom het afvalputje van Europa. Daarnaast maakte zij van de kruispost een plek voor co-assistenten en naar het schijnt de beste plek voor co-schappen van het jaar. Indrukwekkend!
Nu is zij nog ridder in de Orde van Oranje Nassau, maar binnenkort is zij gewoon een crimineel als onze regering haar zin krijgt en hulp aan illegalen strafbaar maakt. Dat noem ik tragisch.


zondag 21 april 2013

Citaten.


Mijn hoofd zit vol citaten, wanneer ik iets hoor of zie, komt er prompt een citaat of beschrijving naar boven. Is dat een onderdeel van het verouderingsproces of is het de neiging om berichten te duiden? Goed, ik geef toe dat ik weleens een boek heb gelezen, maar het lijkt nu of het souterrain bezaaid is met citaten.
  1. bij het horen van het rapgedeelte van het, inmiddels teruggetrokken koningslied, kwam spontaan bij de W het woord Walging naar boven, dat is de vertaling van La Naussee van Sartre, walging ervaren we wanneer we beseffen dat we zijn, zomaar, zonder enige reden.
  2. Bij de bomaanslag in Boston dacht ik aan de banaliteit van het kwaad (H. Arendt). Twee snelkookpannen en zoveel leed.
  3. Toen het bekend werd wie de plegers waren, twee studenten die vervuld waren van het ideaal van jihad en niets begrepen van la condition humaine (Malraux), zo mooi vertaald met het menselijk tekort (ter Braak).
  4. Ik geef toe dat de leuze Ni Dieu ni maître me meer dan ooit aanspreekt. De mediacratie is sterker dan ooit, we worden niet alleen geïnformeerd, maar gemanipuleerd en gecontroleerd (Big Brother).
  5. Een ander beeld is daarom voor mij zeer aantrekkelijk dat van de rinoceros of neushoorn. In het Sanskrit is dat een ekacara, in z'n eentje trekt hij rond. Het is ook de benaming voor een pratyekabuddha. Een kluizenaar die niets ziet in leraar of godheid. Er is een mooi gedicht aan de ekacara gewijd en notabene door een Tibetaanse tulku, Trungpa:
"Looking into the world
I see alone a chrysanthemum,
Lonely loneliness,
And death approaches.
Abandoned by guru and friend,
I stand like the lonely juniper
Which grows among rocks,
Hardened and tough.
Loneliness is my habit-
I grew up in loneliness.
Like a rhinoceros
Loneliness is my companion-
I converse with myself.
Yet sometimes also
Lonely moon,
Sad and Happy
Come together.

Do not trust.
If you trust you are in
Others hands.
It is like the single yak
That defeats the wolves.
Herds panic and in trying to flee
Are attacked.
Remaining in solitude
You can never be defeated.
Do not trust,
Trust is surrendering oneself.
Never, never trust.

But be friendly,
By being friendly towards others,
You increase your non-trusting.
The idea is to be independent,
Not involved.
Not glued, one might say, to others.
Thus one becomes ever more
Compassionate and friendly.
Whatever happens, stand on your own feet
And memorize this incantation:
Do not trust.

25 November, 1969 CTR poem in "Mudra" Shambhala Publications (old copy).


maandag 15 april 2013

MINDFOOLNESS!!


Hoe komt het dat deze Engelse term in een soort Denglish rondzingt en vermarkt wordt? Ik vraag me ook af wat ermee bedoeld wordt? Allerhande zelfbenoemde coaches en trainers bieden het aan. In een ontspannen sfeer leer je iets magisch(?), waardoor alles in orde komt. Met een beetje geluk krijg je er ook nog Tibetaanse klankschalen bij. Het neigt naar Happinez of het verwijst op z'n minst naar het verminderen van en omgaan met stress.
Wat mij zo stoort is het feit dat er nauwelijks gesproken wordt over de eenvoudige en directe vertaling van de Pali of Sanskrit term sati of smṛti. Ik kan me voorstellen dat de term sati /suttee verwarring kan geven, omdat het lijkt op de term voor weduweverbranding in India.
Wat is er eigenlijk mis met de goede Nederlandse vertaling aandacht. Klinkt dat niet spannend of marketing technisch niet prikkelend genoeg. Of maak er intentie en aandacht van, dat geeft het begrip ook goed weer. In de Stoa komen we de Griekse term prosoche tegen, met dezelfde betekenis: aandacht, dat zou het goed kunnen doen onder de klassiek geschoolden onder de aandachtsvragers. De term is zelfs nog niet geregistreerd.
De Boeddha doet het goed op de markt. Zo zag ik dat de term voor een normaal proces als veroudering en de beschrijving daarvan door een Zenleraar geregistreerd is*. De prangende vraag voor mij is of de Boeddha voor marktwerking zou zijn? In aanbiedingen wordt nooit gesproken over ethiek, dat was voor de boeddha toch een belangrijk onderdeel voor een goede lifestyle.
Het is zeer ironisch dat deze verwaterde vorm van satipaṭṭhāna klinkt als mindfoolness. Het brengt me wel in verwarring of ik begrijp waar over ze het hebben, maar ach, mijn leven wordt tenslotte gedomineerd door onwetendheid.

*Aging as a Spiritual Practice™ is a federally registered trademark of Lewis Richmond. http://www.lewisrichmond.com/

zondag 7 april 2013

Geboren zijn is een ongemak.


Vandaag verlangt het lijf naar lente, de warmte op je huid en zintuigen die worden gestreeld door frisse kleuren. Zover is het nog niet, dit verlangen behoort echter tot het ongemak geboren te zijn. Last hebben en gedomineerd te worden door zaken waar je geen invloed over kan hebben. Het maakte me diep ongelukkig. De filologie heeft me gered. Ik hield me bezig met vervoegingen en verbuigingen van naam- en werkwoorden, en dat heb je nog de partikels die een hele andere betekenis aan het geheel kunnen geven. Het bezorgde me hoofdbrekens en amusement waardoor ik me niet meer verveelde. 
Ik was verbaasd toen ik ontdekte dat ik niet de enige was die het leven als een ongemak ervoer. Ik ontdekte Cioran. Het was een opluchting want hij was zwartgalliger, maar kon dat puntig verwoorden. Eigenlijk is het vreemd dat je geboren wordt, vervolgens het leven wordt ingestuurd met allerlei opvattingen uit je opvoeding en het milieu waarin je verkeert, zelfs als drop-out verkeer je in een omgeving met uitgesproken meningen. Je dient dezelfde meningen te koesteren van je groep, anders val je eruit. Het is het proces van binnen- en buitensluiten. Toch blijven de twijfels over het zin en reden van je bestaan. Gelukkig ontdek je dat je niet alleen bent in het diepst van je gedachten. Het bevrijdt je van de plicht gelukkig te zijn en daardoor verdwijnt de verveling en het gevoel dat je van alles moet. Het heeft me rust gegeven. Nu hoef ik alleen de dingen die ik nu doe met zorgvuldige aandacht te doen.


vrijdag 29 maart 2013

Een ander perspectief.


Bij het verouderen zijn er een aantal manieren om met de situatie om te gaan. Ken Jones (2003) somt een aantal negatieve vormen daarvan op in zijn boek: Ageing: the Great Adventure. Eerst haalt hij Jung aan, die vond dat een aantal ouderen zich voordeden als: hypochonders, vrekken, betweters, verheerlijkers van het verleden en zij die zich als eeuwig jong gedragen. Andere vormen van negatief gedrag zijn (vlgs. Ken Jones) knorrig, galbakken, zich voordoen als een goedzak die het allemaal gezien heeft, de vrolijke slimmerik, of iemand die obsessief bezig is met het alles op orde houden, controlfreaks.
Dat is geen leuk vooruitzicht, sommige trekken herken wel bij mijzelf. Wat kan ik doen om dat gedrag te vermijden? Montaigne vond, in navolging van de klassieken, training in aandacht prosoche belangrijk. Aandacht waardoor we de dingen in de wereld juist zien, zoals een stuurman op een schip goed uitkijkt waar hij vaart. De achterliggende gedachte is dat we onze gemoedsrust ataraxia blijven behouden. Want er is een onderscheid tussen de dingen waar we wel iets aan kunnen doen en dingen waar we niets aan kunnen doen.
Ouder worden is een gegeven, daar hebben we mee te leven. Daarom zijn de negatieve houdingen totaal overbodig. Eigenlijk betekent het gewoon je kop erbij houden, zien wat er gebeurt en je er niet van door de wijs laten brengen. Je lot accepteren zoals dat in de Griekse tragedie gebeurde. Het tragisch accepteren werd later vertaald als Amor Fati.
Dat is een vreemde gedachte in tijden van zelf-onplooiing, ambitie en technologische vooruitgang die de natuur wil controleren. Hoe kan je hangende tieten en dito oogleden accepteren, met een simpele ingreep lijk je weer jong. Het is echter een illusie dat je alles kan controleren, het is een ijzeren wet dat wanneer je geboren bent je ook sterft. Door aandacht word je zelfvoorzienend, autarkeia, dan je niet afhankelijk van allerlei toevalligheden. Tegelijkertijd geef je je over aan het “lot”, je gaat het niet uit de weg. Daardoor wordt je er gelukkig en wijzer door. Dat biedt perspectief.

dinsdag 26 maart 2013

Hoezo, een goed leven?



Bij de vraag naar wat een goed leven is, blijkt dat er veel storende factoren aanwezig zijn, door overdaad aan informatie in het dagelijkse leven. Onderzoek heeft uitgewezen dat zoiets als radioreclame werkt. De radioboodschap bereikt de hersenen via de oren en het onderzoek (Het brein spreekt) toonde aan dat, zonder dat we ons er bewust van zijn, de boodschap een plek krijgt in het geheugen. Jammer genoeg gaat het om reclame die ons onbewust beïnvloedt. Zo leven we in de illusie van keuzevrijheid terwijl we voortdurend gemanipuleerd worden. De reclame mensen zijn er overigens heel open in, of dat kan ook een marketing truc zijn om reclame te mogen maken.
Is het mogelijk om bewust te worden van prikkels die onopgemerkt in het brein binnenkomen en die zich manifesteren wanneer je het object van de reclame boodschap tegenkomt. De aankoop van een dergelijk product is niet noodzakelijk, noch levert dat het genot op dat je ervan verwacht. We worden voortdurend geprogrammeerd terwijl het ideaal dat ons als mens in deze maatschappij voor ogen staat, vrijheid en verantwoordelijkheid is.
Montaigne die mij inspireert tot het schrijven van deze probeersels zegt: “We zijn het aan onszelf verplicht om goed te leven, niet om goede boeken te schrijven, en het gaat niet om veldslagen te winnen en gewesten te veroveren, maar om kalmte en rust te vinden bij de dingen die wij doen. Een zinvol leven leiden is een meesterwerk waarop je trots kunt zijn.”(Essay over de ervaring).
Een zinvol leven leiden is dingen met kalmte en rust te doen. Montaigne had voor een contemplatief leven gekozen, want hij trok zich terug uit het openbare leven toen hij de kans kreeg.
Kalmte en rust, dat klinkt als het oude, ietwat muffe, gezegde: rust, regelmaat en reinheid. Vroeger wou ik een grootst en meeslepend leven leiden, het heeft mij bijna mijn geestelijke gezondheid gekost. Nu ben ik weer terug bij de 3 R(en).
Het kompas van een zinvol leven waren (in de Oudheid) de kardinale deugden: Prudentia, Iustitia, Temperantia Fortitudo. Temperantia, gematigdheid, is deze tijd van overdaad een belangrijke deugd. Het is de middenweg tussen overdaad en gebrek ervaren. Het heeft niets met nederigheid te maken, dat verwijst naar een slavenmoraal. Het is een keuze om in staat te zijn “het is genoeg” te zeggen.
Een contemplatieve levenswijze ondersteunt een zinvol leven, het is deze boodschap die ik tussen mijn oren dien te krijgen.

zaterdag 23 maart 2013

Wat is dat, een goed leven?


Wat is dat, een goed leven?
Misschien is het wat aan de late kant voor mij om die vraag te stellen, maar het lijkt alsof er een duidelijk verschil is in opvattingen. In deze tijd gedomineerd door allerhande media mag, vind ik, deze vraag opnieuw gesteld worden. Wat als goed beschouwd werd, kreeg je mee via je opvoeding. De waarden en normen zijn ingebed in het milieu en de samenleving waartoe je behoort. Het behoorde tot de overdracht, traditie genaamd. Jammer genoeg staat kennisoverdracht in een kwaad daglicht. De aanhangers van het Nieuwe Leren roepen heel hard, dat kennis is geen ziekte. Wat wijst op gebrek aan kennis van de taal, want waar zij het over hebben is contaminatie, in de letterlijke betekenis nl. besmetting, en niet over doorgeven van waarden en normen. Onze cultuur lijkt zich schuldig te maken aan mentale verhaspeling.
In het Grieks heeft het begrip “karakter” (ethos) de betekenis van aanleg en gedrag. Ethiek verwijst niet alleen naar een filosofische reflectie, maar is van belang voor karaktervorming voor ons dagelijkse leven. Door de Romeinen is het begrip “virtus” deugd erbij gevoegd. Hoewel dat in het Latijn de deugd van mannelijkheid was, nl. dapperheid.
Goed leven is gebaseerd op karaktervorming en deugden. Welke soort karakter en deugd wordt in die tijd hoog gewaardeerd?1 In de Westerse traditie kennen we de 4 cardinale en 3 theologische deugden 2 maar door de vrije markt lijken deze deugden geheel naar de achtergrond verdrongen te zijn. De opmerking van Mirko Noordegraaf 3 raakt, volgens mij, de kern van mijn vraag naar het goede leven: De meest dringende kwestie heeft betrekking op de vraag hoe we normale sociale verhoudingen en waarden kunnen waarborgen in een competitief en op prestaties en sanering gericht klimaat. In een wereld die bol staat van concurrentieprikkels, 'global competition', prestatieverbetering, transparantie, excellentie, rankings, 'value for money', 'evidence based' handelen, bezuinigingen, en noem maar op, gebeurt veel met alledaagse relaties en werkpraktijken. Gedrag wordt calculerender, en relaties worden zakelijker, anoniemer en vijandiger. Dat treft ook publieke dienstverlening; cliënten worden objecten die vooral aangepakt en verbeterd moeten worden. Cultuur is een instrument geworden. Hij gaat verder en noemde bedreiging en zg. risico's het meest overschatte probleem, terwijl overdaad, het te grote aanbod van informatie, beelden, ervaringen, ideeën en technieken, zwaar onderschat wordt als ondermijning van ons leven. Het is haast onmogelijk om aan de overdaad van informatie betekenis aan toe te kennen. Volgens M.N. Is de kernvraag dan niet, “hoe houd je de boel bij elkaar”? Maar, hoe houd je de boel betekenisvol? Ik neem aan dat hij met “de boel” de samenleving bedoelt. Er wordt gevraagd naar de duiding en die dient ook betekenisvol te zijn en daarbij ook zin- en richtinggevend te zijn voor de gemeenschap. Ik ken het werk van MN niet, maar deze analyse van het probleem lijkt mij correct.
Mijn vraag naar het goede leven is dus niet achterhaalt, want door de overdaad aan informatie vergeten we wat normale”sociale verhoudingen zijn, wat karaktervorming voor het individu in de samenleving betekent en belangrijker nog hoe op “prudente” wijze goed oud te worden. Dit lijkt mij een werkbaar uitgangspunt voor mijn zoektocht naar de betekenis van goed oud worden.







1Virtueel heeft verschillende betekenissen. Het woordenboek van Van Dale geeft het de volgende betekenissen: slechts schijnbaar bestaand, als mogelijkheid of vermogen aanwezig,uit de aard der zaak, substantieel (juridisch)
2Prudentia (Voorzichtigheid - verstandigheid - wijsheid) Iustitia (Rechtvaardigheid - rechtschapenheid) Temperantia (Gematigdheid - matigheid - zelfbeheersing) Fortitudo (Moed - sterkte - vasthoudendheid - standvastigheid) Fides (Geloof), in Latijnse teksten vaak omschreven als Pietas Spes (Hoop) Caritas (Naastenliefde/Liefde).

donderdag 21 maart 2013

50 Plus betekent oud.


50 Plus betekent oud.

Er is relatief weinig geschreven over een betekenisvolle ouderdom. Dat blijkt niet alleen mijn constatering, maar ook van anderen die geconfronteerd worden met het fenomeen 50 plus. In de waarneming van de actieve werknemer betekent dat oud. Zoals elk begrip is dit beladen met bijbehorende gedachten en voorstellingen: oud = pensioen, zalig niets doen, doen waar je zin in hebt, bejaard, gebrekkig, dementerend en zorg vragend. Het blijken hardnekkige vooroordelen en de opmerkingen waarmee je te maken krijgt, vallen in een van deze categorieën. Oud worden betekent, kort door de bocht, dat je in een negatieve spiraal zit: verlies van kracht, vatbaar voor ziektes en uiteindelijk de dood. Het proces begint vrij vroeg, we herinneren ons misschien het bezoek aan de tandarts voor onze eerste vulling. Daar begint het verval. Het is het fysiek proces waaruit blijkt dat elk lichamelijk bestaan beperkt houdbaar is.
Hoe komt het dat er zo weinig bekend is over goed oud worden? Was veroudering en dood het domein van de kerk en is dit onderwerp door de secularisering naar de achtergrond geschoven? Het is opmerkelijk dat het de humanisten zijn die daar weer aandacht aanbesteden. Zij zoeken aansluiting bij filosofen uit de klassiek oudheid.
Op mijn zoektocht ben ik de canongerontologie tegengekomen, een mooie website, maar toont de oudere als interessant onderzoeksobject. Het lijkt of er in deze cultuur geen plaats is voor het proces van “oud en wijs”worden. Men bereidt de jongere voor op een actief leven, waarbij inkomen en status centraal lijken te staan. Door de sociale mobiliteit en het geloof in maakbaarheid lijken de mogelijkheden onbegrensd. Er is weinig respect voor het vakmanschap, des te meer voor inkomen en de bijbehorende regalia zijn de auto en de gadgets. Het belang van een actief leven wordt sterk overdreven, men is altijd bezig. Contemplatie, even een nadenken over de betekenis van handelen en zijn betekent tijdverspilling. Is het daarom geen tijd om de vraag te stellen wat een goed en zinvol leven leiden betekent?

dinsdag 19 maart 2013

19 maart 2013 Berichten uit het souterrain




De verstekeling 

Bij ieder schepsel dat geboren wordt
zijn reis begint, scheept in het ruim de dood
zich in. En maakt zich met het schip vertrouwd,
dringt door tot iedre vezel van het hout
de romp, de mast, de kabels en de touwen
de zeilen hurkend in de reddingsboot.

Het zijn de kleine kindren die hem kennen
en hem niet vrezen: zij zijn nog pas zo kort
geleden uitgevaren uit hun nacht
ze moeten aan het daglicht nog zo wennen.
Zoals schaduw bij het licht behoort
zo leeft de dood binnen het leven voort.

M. Vasalis uit 'de Oude kustlijn'

Berichten uit het souterrain heeft als doel de verstekeling te leren kennen en te begrijpen. Dat zie ik als een belangrijke taak en als laatste “uitdaging”. Voor Socrates was filosoferen geen academische bezigheid, maar een manier om te leren sterven. Filosofie was een praxis om de techne van het leven op goede en waardige wijze te beoefenen.
Het is niet de bedoeling om verhalen te maken over de obsceniteit van aftakeling en verval, in het Frans schijnt de normale begroeting na je 60ste “t'a mal où” te zijn. Ik wil door middel van observatie doorgronden hoe het leven in een korte tijd verloopt. Het pretendeert geen literaire hoogstandjes te worden, noch zullen de stukken origineel zijn en vermoedelijk zullen mijn inspiratiebronnen duidelijk herkenbaar zijn. Voor mij gaat het erom of ik de situatie herken en er vertrouwd mee kan worden.