Ineens besef je
dat je oud geworden bent, je ziet jezelf onverwacht in een
spiegelruit en je vraagt je af wie dat mens is, met jouw jas aan. Dat
ben jezelf, zo zien anderen je dus. Als je de deur uitgaat werp je
een blik in de spiegel. Je probeert je naar je leeftijd te kleden, je
wilt niet weggezet worden als een combinatie van lyceum/museum. Toch
schrik je even van het beeld in de spiegelruit.
Je weet dat het
leven kort is en dat alles verandert, maar deze aanblik is erg
confronterend. Omgaan met verandering is spannend, wanneer je jong
bent. Verandering betekende mogelijkheden, een nieuwe situatie met
nieuwe gezichten en taken. Hoe moet dat nu met zo'n oude kop?
We leven in een
tijd waar we ouder worden dan ooit tevoren, maar in onze cultuur
heeft de grijsaard geen plaats. Een Nestor of Mentor kennen we niet
en een oude vrouw is nog altijd een heks. In deze tijd zijn behalve
sociale mobiliteit, flexibiliteit en uitdagingen aangaan de norm.
Jammer genoeg verdwijnt de flexibiliteit en alles wat strak is gaat
hangen en wat soepel is verhardt. Daarnaast lijkt er in deze
vermarkte samenleving sprake te zijn van ontkenning. Dat wordt
duidelijk gemaakt door de iconen van deze tijd. De Duitse versie van
het blad Vogue zet op haar cover een strakgetrokken en/of
gefotoshopte Tina Turner. Op lovende wijze wordt geschreven dat zij
met haar 73 de oudste covergirl is en nog steeds er zo “fabulous”
uitziet. Geen rimpeltje te bekennen! Voor wie is zij nu een
voorbeeldfiguur? Het dilemma van oud worden in deze tijd is dat er
teveel aandacht is voor jeugdig elan. Jongvolwassenen worden
aangemoedigd om de juiste gezichtscrèmes te gebruiken om het
verouderingsproces tegen te gaan. Ik heb de fotoshopcultuur al
genoemd. Dat maakt dat men anti-veroudering wordt en daardoor
impliciet tegen ouderen. Jong en aantrekkelijk zijn, dat is de
boodschap. Wanneer je als 60+ vrijgesteld wordt van het
arbeidsproces, volgt een verplichting die daar de consequentie van
is: je zult genieten van het niets doen. Leven met een pensioen is
“dolce far niente”, lekker doen waar je zin in hebt en eindelijk
tijd voor kunt nemen. Bovenaan staat de cruise, geheel verzorgd en
bezig gehouden worden met o.a. fitness. Of een avontuurlijke doch
georganiseerde rondreis in een gebied waar je nog nooit van gehoord
had en waarbij je achter de reisleider met een vlag mag lopen.
Door een
onderzoek heb ik voldoende over de gedachte aan de dood gelezen. Je
leert dat alles tijdelijk is en dat het ophoudt, maar het is zoals
Brel schrijft: “Sterven is een mooie zaak, maar ach, het
verouderen”. Er wordt relatief weinig geschreven over het leven als
oudere. Het zijn tegenwoordig voornamelijk sociologische onderzoeken
waarbij de ouderen als cohort worden onderzocht. Op de website
“Nationale Atlas Volksgezondheid” is er sprake van grijze
druk, dat is “een demografisch begrip dat de verhouding aangeeft
tussen het aantal personen van 65 jaar en ouder en het aantal
personen in de zogenaamde 'productieve leeftijdsgroep' van 20-64
jaar”. Zulk een onderzoek is vooral nuttig om uit te vinden hoe het
zit met de toekomstig zorgvraag en de zorgkosten. Een ander
onderzoek heeft aangetoond dat naast het feit dat ouderen als
kwetsbaar en zorgafhankelijk worden beschouwd, een hogere leeftijd
ook wordt geassocieerd met verminderde capaciteiten en een minder
waardevolle productieve bijdrage. Voilà, het beeld van een oudere,
deze is onproductief en uiteindelijk als belastend wordt beschouwd.
Vreemd genoeg
gebruikt men wel de volgende uitdrukking tegen jongeren, op een
verwijtende manier weliswaar, maar toch: “Je bent oud en wijs
genoeg om ….. “(vul het verwijt zelf in). Uit de bovengenoemde
onderzoeken blijkt niet dat onze samenleving echt om “oud en wijs”
geeft.
Wanneer je jong
bent, dan ben je in ontwikkeling. Het opmerkelijke is dat we statisch
gezien langer leven en daardoor lijkt de periode van ouderdom ook
verlengd te zijn. Er zijn biologen die denken dat ze de kwaliteit van
leven kunnen verbeteren, maar de houdbaarheid van het menselijk
lichaam blijft beperkt. Onderzoek is er vooral op gericht om het
fysieke ongemak te verlichten.
Verouderen is
het tegengestelde van ontwikkeling, alleen ziektes ontwikkelen zich
na je vijftigste in je lijf. Jonge mensen gaan ook dood aan enge
ziektes, maar ouderdom en ziekte zijn onlosmakelijk met elkaar
verbonden. Verouderen is een sluipend proces, het begin ervan merken
we niet, maar het is duidelijk dat we ons in een negatieve spiraal
bevinden, we raken onze energie langzaam kwijt, onze mobiliteit gaat
achteruit, we verliezen onze macht over lichaamsfuncties en we zijn
vatbaarder voor ziektes die ons uiteindelijk het leven gaan kosten en
dan gaan we dood.
Het liefst
hebben we een goede dood, we willen het heldere licht zien en onze
laatste adem in vrede laten gaan. Dat schijnt een illusie te zijn,
door de medische wetenschap worden terminale ziektes goed behandeld,
waardoor het stervensproces gemedicaliseerd is. Het merendeel van de
stervenden is in coma of gesedeerd. Het valt niet mee om de laatste
fase van je leven buiten de zorg te blijven. De medicijnen
vervreemden ons van onszelf en onze omgeving. Daarop moeten we ons
voorbereiden.
Wanneer je jong
bent dan is de vraag: “Wat wil je later worden” van belang, het
antwoord wordt bepaald door verschillende factoren. Jammer genoeg
wordt, nadat je een studie hebt afgerond en je aan het werk bent,
nooit gevraagd: “hoe denk je oud en wijs te worden”. Oud worden
overkomt je, maar wijs worden dat is de ultieme uitdaging in je
leven. Als je iets aan filosofie hebt gedaan, dan weet je dat,
volgens Socrates, filosoferen leren sterven betekent. Filosofie was
niet alleen een studie, maar een praxis, een beoefening. Het was
naast een ethische en ook een existentiële vorming. Het doel was het
ontwikkelen van gemoedsrust (ataraxia) en vrijheid van storende
emoties (apatheia) en onafhankelijkheid
(autarkie). Hoewel deze manier van filosoferen geheel is verdwenen,
zijn de werken van de klassieke auteurs nog beschikbaar. De wijze
waarop o.a. Seneca, Cato en Montaigne over ouderdom schrijven is
inspirerend gebleven en zelfs vertroostend te noemen. Uit het feit
dat er nieuwe vertalingen verschijnen, blijkt dat de behoefte aan een
praxis om met ziekte, ouderdom en dood om te gaan, nog steeds
actueel.
De Boeddha
schrok van het aanblik van ziekte, ouderdom en dood en hij koos voor
een rigoureuze remedie. Hij verliet het huis om een manier te vinden
om het lijden veroorzaakt door vergankelijkheid te begrijpen en op te
heffen. Hij vond de weg naar datgene wat eerst het “doodloze”
(amṛta) werd
genoemd. Hij nodigde anderen uit om zelf te ervaren wat dat inhield.
Bij zijn dood benoemde de Boeddha geen opvolger, want datgene wat hij
had onderwezen was de leidraad, hij had niets achtergehouden.
Nu is het leven
als een thuisloze zo goed als onmogelijk en kloosters hebben hun
eigen sociale verhoudingen, methodes en verplichtingen. Een
alternatief voor het thuisloos is leven als een kluizenaar, dat kan
eventueel in de jungle van de stad, in je eigen kluis.
Ouder worden is
niet alleen een biologisch, maar ook een sociaal en existentieel
proces. We kunnen leren om het leven als een voortgaand proces te
zien waarbij oud worden een natuurlijk gegeven is, vergelijkbaar aan
de seizoenen. Na de periode van jeugdig elan, kunnen we ons tot een
oud en weliswaar gebrekkig, maar tot een waardig en wijs wezen
ontwikkelen.
We missen goede
voorbeelden en rolmodellen in onze samenleving en daarom geldt het
laatste advies van de Boeddha meer dan ooit, namelijk dat we een lamp
voor ons zelf dienen te zijn. De voorwaarde is dat we eerst onze
eindigheid beseffen en de bereidheid aanwezig dient te zijn om dat
als de laatste grote uitdaging te beschouwen, maar pas op: oud worden
is niet voor watjes!
Op
haar 73ste ziet Tina Turner er nog steeds fabulous uit. De zangeres
siert de cover van de Duitse Vogue van april 2013.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten