donderdag 9 mei 2013

Oud worden is niet voor watjes




(dit stukje is de aanleiding voor deze blog geweest)


Ineens besef je dat je oud geworden bent, je ziet jezelf onverwacht in een spiegelruit en je vraagt je af wie dat mens is, met jouw jas aan. Dat ben jezelf, zo zien anderen je dus. Als je de deur uitgaat werp je een blik in de spiegel. Je probeert je naar je leeftijd te kleden, je wilt niet weggezet worden als een combinatie van lyceum/museum. Toch schrik je even van het beeld in de spiegelruit.
Je weet dat het leven kort is en dat alles verandert, maar deze aanblik is erg confronterend. Omgaan met verandering is spannend, wanneer je jong bent. Verandering betekende mogelijkheden, een nieuwe situatie met nieuwe gezichten en taken. Hoe moet dat nu met zo'n oude kop?
We leven in een tijd waar we ouder worden dan ooit tevoren, maar in onze cultuur heeft de grijsaard geen plaats. Een Nestor of Mentor kennen we niet en een oude vrouw is nog altijd een heks. In deze tijd zijn behalve sociale mobiliteit, flexibiliteit en uitdagingen aangaan de norm. Jammer genoeg verdwijnt de flexibiliteit en alles wat strak is gaat hangen en wat soepel is verhardt. Daarnaast lijkt er in deze vermarkte samenleving sprake te zijn van ontkenning. Dat wordt duidelijk gemaakt door de iconen van deze tijd. De Duitse versie van het blad Vogue zet op haar cover een strakgetrokken en/of gefotoshopte Tina Turner. Op lovende wijze wordt geschreven dat zij met haar 73 de oudste covergirl is en nog steeds er zo “fabulous” uitziet. Geen rimpeltje te bekennen! Voor wie is zij nu een voorbeeldfiguur? Het dilemma van oud worden in deze tijd is dat er teveel aandacht is voor jeugdig elan. Jongvolwassenen worden aangemoedigd om de juiste gezichtscrèmes te gebruiken om het verouderingsproces tegen te gaan. Ik heb de fotoshopcultuur al genoemd. Dat maakt dat men anti-veroudering wordt en daardoor impliciet tegen ouderen. Jong en aantrekkelijk zijn, dat is de boodschap. Wanneer je als 60+ vrijgesteld wordt van het arbeidsproces, volgt een verplichting die daar de consequentie van is: je zult genieten van het niets doen. Leven met een pensioen is “dolce far niente”, lekker doen waar je zin in hebt en eindelijk tijd voor kunt nemen. Bovenaan staat de cruise, geheel verzorgd en bezig gehouden worden met o.a. fitness. Of een avontuurlijke doch georganiseerde rondreis in een gebied waar je nog nooit van gehoord had en waarbij je achter de reisleider met een vlag mag lopen.

Door een onderzoek heb ik voldoende over de gedachte aan de dood gelezen. Je leert dat alles tijdelijk is en dat het ophoudt, maar het is zoals Brel schrijft: “Sterven is een mooie zaak, maar ach, het verouderen”. Er wordt relatief weinig geschreven over het leven als oudere. Het zijn tegenwoordig voornamelijk sociologische onderzoeken waarbij de ouderen als cohort worden onderzocht. Op de website “Nationale Atlas Volksgezondheid” is er sprake van grijze druk, dat is “een demografisch begrip dat de verhouding aangeeft tussen het aantal personen van 65 jaar en ouder en het aantal personen in de zogenaamde 'productieve leeftijdsgroep' van 20-64 jaar”. Zulk een onderzoek is vooral nuttig om uit te vinden hoe het zit met de toekomstig zorgvraag en de zorgkosten. Een ander onderzoek heeft aangetoond dat naast het feit dat ouderen als kwetsbaar en zorgafhankelijk worden beschouwd, een hogere leeftijd ook wordt geassocieerd met verminderde capaciteiten en een minder waardevolle productieve bijdrage. Voilà, het beeld van een oudere, deze is onproductief en uiteindelijk als belastend wordt beschouwd.
Vreemd genoeg gebruikt men wel de volgende uitdrukking tegen jongeren, op een verwijtende manier weliswaar, maar toch: “Je bent oud en wijs genoeg om ….. “(vul het verwijt zelf in). Uit de bovengenoemde onderzoeken blijkt niet dat onze samenleving echt om “oud en wijs” geeft.

Wanneer je jong bent, dan ben je in ontwikkeling. Het opmerkelijke is dat we statisch gezien langer leven en daardoor lijkt de periode van ouderdom ook verlengd te zijn. Er zijn biologen die denken dat ze de kwaliteit van leven kunnen verbeteren, maar de houdbaarheid van het menselijk lichaam blijft beperkt. Onderzoek is er vooral op gericht om het fysieke ongemak te verlichten.
Verouderen is het tegengestelde van ontwikkeling, alleen ziektes ontwikkelen zich na je vijftigste in je lijf. Jonge mensen gaan ook dood aan enge ziektes, maar ouderdom en ziekte zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Verouderen is een sluipend proces, het begin ervan merken we niet, maar het is duidelijk dat we ons in een negatieve spiraal bevinden, we raken onze energie langzaam kwijt, onze mobiliteit gaat achteruit, we verliezen onze macht over lichaamsfuncties en we zijn vatbaarder voor ziektes die ons uiteindelijk het leven gaan kosten en dan gaan we dood.
Het liefst hebben we een goede dood, we willen het heldere licht zien en onze laatste adem in vrede laten gaan. Dat schijnt een illusie te zijn, door de medische wetenschap worden terminale ziektes goed behandeld, waardoor het stervensproces gemedicaliseerd is. Het merendeel van de stervenden is in coma of gesedeerd. Het valt niet mee om de laatste fase van je leven buiten de zorg te blijven. De medicijnen vervreemden ons van onszelf en onze omgeving. Daarop moeten we ons voorbereiden.

Wanneer je jong bent dan is de vraag: “Wat wil je later worden” van belang, het antwoord wordt bepaald door verschillende factoren. Jammer genoeg wordt, nadat je een studie hebt afgerond en je aan het werk bent, nooit gevraagd: “hoe denk je oud en wijs te worden”. Oud worden overkomt je, maar wijs worden dat is de ultieme uitdaging in je leven. Als je iets aan filosofie hebt gedaan, dan weet je dat, volgens Socrates, filosoferen leren sterven betekent. Filosofie was niet alleen een studie, maar een praxis, een beoefening. Het was naast een ethische en ook een existentiële vorming. Het doel was het ontwikkelen van gemoedsrust (ataraxia) en vrijheid van storende emoties (apatheia) en onafhankelijkheid (autarkie). Hoewel deze manier van filosoferen geheel is verdwenen, zijn de werken van de klassieke auteurs nog beschikbaar. De wijze waarop o.a. Seneca, Cato en Montaigne over ouderdom schrijven is inspirerend gebleven en zelfs vertroostend te noemen. Uit het feit dat er nieuwe vertalingen verschijnen, blijkt dat de behoefte aan een praxis om met ziekte, ouderdom en dood om te gaan, nog steeds actueel.
De Boeddha schrok van het aanblik van ziekte, ouderdom en dood en hij koos voor een rigoureuze remedie. Hij verliet het huis om een manier te vinden om het lijden veroorzaakt door vergankelijkheid te begrijpen en op te heffen. Hij vond de weg naar datgene wat eerst het “doodloze” (amta) werd genoemd. Hij nodigde anderen uit om zelf te ervaren wat dat inhield. Bij zijn dood benoemde de Boeddha geen opvolger, want datgene wat hij had onderwezen was de leidraad, hij had niets achtergehouden.
Nu is het leven als een thuisloze zo goed als onmogelijk en kloosters hebben hun eigen sociale verhoudingen, methodes en verplichtingen. Een alternatief voor het thuisloos is leven als een kluizenaar, dat kan eventueel in de jungle van de stad, in je eigen kluis.
Ouder worden is niet alleen een biologisch, maar ook een sociaal en existentieel proces. We kunnen leren om het leven als een voortgaand proces te zien waarbij oud worden een natuurlijk gegeven is, vergelijkbaar aan de seizoenen. Na de periode van jeugdig elan, kunnen we ons tot een oud en weliswaar gebrekkig, maar tot een waardig en wijs wezen ontwikkelen.
We missen goede voorbeelden en rolmodellen in onze samenleving en daarom geldt het laatste advies van de Boeddha meer dan ooit, namelijk dat we een lamp voor ons zelf dienen te zijn. De voorwaarde is dat we eerst onze eindigheid beseffen en de bereidheid aanwezig dient te zijn om dat als de laatste grote uitdaging te beschouwen, maar pas op: oud worden is niet voor watjes!

Op haar 73ste ziet Tina Turner er nog steeds fabulous uit. De zangeres siert de cover van de Duitse Vogue van april 2013.